Ondersteuning 2e leerlijn (Lefland)

Lefland

Lefland is een voorziening voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Naast de kinderen van De Langenoord is Lefland ook toegankelijk voor kinderen van andere KPOA scholen. Om in aanmerking te komen voor deelname aan Lefland, moet er op enigerlei wijze een indicatie zijn dat het kind extra ondersteuning nodig heeft (bijvoorbeeld IQ onderzoek of Digitaal Handelingsprotocol). Eén en ander is ter beoordeling aan de leerkracht, de intern begeleider en de leerkracht van de Plusklas. Kinderen nemen voor een heel jaar deel. Instromen is twee keer per jaar mogelijk. Aanmelding van een kind van een andere KPOA school gaat via de eigen school. Daar is het aanmeldformulier te verkrijgen.

In Lefland treffen meer- en hoogbegaafde kinderen van verschillende leeftijden elkaar. De kinderen werken aan rijke leeractiviteiten zoals projecten en onderzoeksopdrachten met als doel om verschillende denk- en leerstrategieën te leren gebruiken, die aansluiten bij hun onderwijsbehoeften en leerstijl. De denkvaardigheden van Bloom staan centraal bij deze rijke leeractiviteiten. Tijdens het werken aan de opdrachten leren kinderen ook vaardigheden, zoals onderzoeken, presenteren, reflecteren en feedback geven. Met het digitale programma Languagenut wordt Spaans geleerd. Daarnaast staat filosoferen regelmatig op het programma en nemen we deel aan de W4 Kangoeroewedstrijd, een wereldwijde wiskundewedstrijd.

Taxonomie van Bloom
Om aan de criteria voor een rijke leeractiviteit te voldoen, is door bij het ontwikkelen van lessen of projecten vragen en opdrachten op te nemen die een beroep doen op ‘het hogere orde denken’. Het verschil tussen ‘lagere orde denken’ en ‘hogere orde denken’ is weergegeven in de Taxonomie van Bloom, waarin zes niveaus worden onderscheiden: onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren. De niveaus dienen om een onderscheid te maken in de complexiteit van het kennisniveau waar een beroep op wordt gedaan. Er wordt hiermee geen volgorde voorgeschreven waarin een bepaald niveau aan bod zou moeten komen. Bij een rijke leeractiviteit worden in ieder geval meerdere niveaus aangesproken.

6.Creeren
Nieuwe ideeën, producten of gezichtspunten genereren.
Ontwerpen, maken, plannen, produceren, uitvinden, bouwen.
5. Evalueren
Motiveren of rechtvaardigen van een besluit of gebeurtenis.
Controleren, hypothetiseren, bekritiseren, experimenteren, beoordelen.
4. Analyseren
Informatie in stukken opdelen om de verbanden en relaties te onderzoeken.
Vergelijken, organiseren, uit elkaar halen, ondervragen, vinden.
3. Toepassen
Informatie in een andere context gebruiken.
Bewerkstelligen, uitvoeren, gebruiken, toepassen.
2. Begrijpen
Ideeën of concepten uitleggen.
Interpreteren, samenvatten, hernoemen, classificeren, uitleggen.
1. Onthouden
Informatie herinneren.
Herkennen, beschrijven, benoemen.